Het misverstand dat geloof draait om bijzondere ervaringen, maakt het alledaagse tot tweederangs. Maar de gedaanteverandering zelf corrigeert dit: na het licht op de berg volgt de afdaling naar het gewone. En daar begint het eigenlijke geloof.
Jezus bouwt geen tent op de berg. Hij daalt af naar een wereld van ziekte, onbegrip en nood. Het gewone leven is niet de tegenstelling van het heilige; het is het werkterrein ervan. De berg is de uitzondering, het dal is de roeping.
De christelijke traditie kent een rijke waardering voor het gewone. De Regel van Benedictus heiligt alledaagse taken. Broeder Lawrence vond God bij het afwassen. Thérèse van Lisieux sprak over 'de kleine weg'. Het gewone is de plek van de meeste heiligheid.
Dit betekent niet dat bijzondere momenten onbelangrijk zijn. Ze zijn ankerpunten die richting geven. Maar ze zijn middelen, geen doel. Het doel is een leven van liefde, trouw en dienstbaarheid in de gewone werkelijkheid.
Voor wie worstelt met de vlakheid van het dagelijks geloof: de afdaling van de berg is geen verlies. Het is de vervulling van wat op de berg werd ontvangen. Het licht is bedoeld om mee te nemen naar beneden, niet om op de berg te bewaren.
Categorie: Geloof & leven