Pasen is in de oosters-orthodoxe kerk het belangrijkste feest van het jaar, belangrijker dan Kerst. Het wordt gevierd als de overwinning van Christus op de dood. De Paasnachtviering is het hoogtepunt van het liturgische jaar en wordt voorafgegaan door de Grote Vasten van veertig dagen.
De orthodoxe paasbeleving begint op Grote Zaterdag met een nachtelijke vigilie. Om middernacht wordt de kerk donker gemaakt, waarna het paaslicht wordt doorgegeven van kaars tot kaars. De priester roept: 'Christus is opgestaan!' en de gemeente antwoordt: 'Hij is waarlijk opgestaan!' Dit moment is het hart van het orthodoxe geloof.
In de orthodoxe theologie wordt de opstanding niet primair juridisch begrepen, als betaling voor zonden, maar als overwinning. Christus daalt af in het dodenrijk en bevrijdt de mensheid uit de greep van de dood. Deze visie, bekend als Christus Victor, benadrukt bevrijding boven straf.
De paasicoon in de orthodoxe traditie, de Anastasis, toont Christus die Adam en Eva bij de hand neemt en uit het graf trekt. Dit beeld drukt uit dat de opstanding niet alleen Jezus betreft, maar de hele mensheid meeneemt in een nieuw begin.
Voor orthodoxe christenen is Pasen niet alleen een herinnering aan een historische gebeurtenis, maar een levende werkelijkheid. De paasvreugde kleurt de hele periode tot Pinksteren. Het is een feest van licht, leven en de overtuiging dat de dood niet het laatste woord heeft.
Categorie: Basis van het geloof