In het Johannesevangelie zegt Jezus: 'Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, zal niet in de duisternis wandelen, maar het licht van het leven hebben' (Johannes 8:12). Het is een van de bekendste uitspraken uit het Nieuwe Testament. Maar wat betekent het precies om Jezus als 'licht' te zien?
Licht is in de Bijbel een veelgebruikt symbool. Het staat voor waarheid, leven, Gods aanwezigheid en hoop. Al in Genesis 1 begint de schepping met licht. In de Psalmen is God zelf 'mijn licht en mijn heil' (Psalm 27:1). Wanneer Jezus zichzelf het licht noemt, plaatst Hij zich bewust in die traditie: Hij claimt de bron te zijn van waarheid en leven.
In de liturgie heeft dit beeld een tastbare plek gekregen. De paaskaars die in de Paasnacht wordt aangestoken, symboliseert het licht van de opgestane Christus dat de duisternis doorbreekt. De roep 'Lumen Christi' - 'Licht van Christus' - klinkt in veel kerken als een proclamatie van hoop. Het licht wordt vervolgens doorgegeven aan de kaarsen van de aanwezigen, als teken dat dit licht niet exclusief is maar gedeeld wordt.
Het contrast met duisternis is wezenlijk. Duisternis staat in de bijbelse taal niet alleen voor kwaad, maar ook voor verwarring, verloren zijn en het ontbreken van richting. Het licht dat Jezus brengt, is in die zin geen magische oplossing maar een oriëntatiepunt: het biedt perspectief in situaties waarin mensen verdwaald raken.
De uitspraak raakt aan andere kernbegrippen zoals openbaring (God maakt zich kenbaar), genade (het licht wordt gegeven, niet verdiend) en hoop (ook in donkere tijden is er een bron van licht). Het is een beeld dat door de eeuwen heen christenen heeft geïnspireerd en getroost.
Categorie: Basis van het geloof