De gedaanteverandering, ook wel transfiguratie genoemd, is een sleutelmoment in de evangeliën. Jezus neemt drie leerlingen mee naar een hoge berg, waar zijn uiterlijk verandert: zijn gezicht straalt als de zon en zijn kleren worden blinkend wit. Het is een glimp van goddelijke heerlijkheid.
Dit moment staat beschreven in Matteüs 17, Marcus 9 en Lucas 9. De evangelist benadrukt dat het geen illusie is, maar een openbaring van wie Jezus werkelijk is. Zijn goddelijke natuur, die normaal verborgen blijft achter zijn menselijke verschijning, wordt even zichtbaar.
In de orthodoxe traditie is het feest van de Gedaanteverandering (6 augustus) een van de belangrijkste feestdagen. Het onvergeschapen licht dat Jezus uitstraalt, wordt gezien als hetzelfde licht dat gelovigen door gebed en ascese kunnen waarnemen. Het is geen symbolisch licht, maar Gods eigen werkelijkheid.
De gedaanteverandering verbindt verleden, heden en toekomst. Mozes en Elia verschijnen en spreken met Jezus over zijn komende lijden in Jeruzalem. Het glorieuze moment wijst vooruit naar het kruis en de opstanding. Heerlijkheid en lijden zijn onlosmakelijk verbonden.
Voor gelovigen vandaag laat de gedaanteverandering zien dat de werkelijkheid meer bevat dan wat zichtbaar is. Achter het gewone schuilt het heilige. Het nodigt uit om met andere ogen te kijken naar de wereld, naar mensen en naar het eigen leven.
Categorie: Basis van het geloof