Waarom spreekt de preek in absolute, triomferende taal?

De paaspreek van Johannes Chrysostomus valt op door haar absolute, bijna uitdagende taal. De dood wordt rechtstreeks aangesproken en bespot. Er is geen voorbehoud, geen nuance, geen 'misschien'. Dit kan vervreemdend zijn voor moderne lezers die gewend zijn aan terughoudendheid.

Deze triomferende taal is liturgische taal. Het is niet bedoeld als wetenschappelijke bewering of filosofisch argument, maar als verkondiging, als proclamatie. Zoals een rechter een vonnis uitspreekt, zo spreekt de preek het oordeel over de dood uit.

In de context van de Paasnachtviering krijgt deze taal extra kracht. Na veertig dagen vasten, na de duisternis van Goede Vrijdag, na de stilte van Grote Zaterdag, breekt het licht door. De triomferende taal is het antwoord op de stilte die eraan voorafging.

De absolute taal dient ook een pastoraal doel. Mensen die twijfelen, die lijden, die bang zijn, horen hier geen 'misschien wordt het beter', maar 'het is volbracht'. De kracht van de boodschap zit juist in het ontbreken van voorbehoud.

Dit betekent niet dat twijfel of nuance verboden zijn. Maar in de liturgie is er een moment voor alles. De paaspreek is het moment van ongeremde vreugde. De vragen en twijfels hebben hun eigen plek, maar hier viert het geloof zijn diepste overtuiging.

Categorie: Basis van het geloof