Een van de opvallendste aspecten van het Epifanieverhaal is dat de eerste mensen die Jezus als koning herkennen geen Joden zijn. De wijzen komen van ver, uit een andere cultuur en religie. Toch zijn zij het die het kind vinden en aanbidden.
Dit past in een breder bijbels patroon. Al in het Oude Testament zijn er verhalen over niet-Israëlieten die God ontmoeten: Ruth de Moabitische, Naäman de Syriër, de stad Ninevé in het boek Jona. God laat zich niet beperken tot één volk of traditie.
De profeet Jesaja spreekt over volken die naar het licht zullen komen en koningen die naar de glans van de dageraad trekken (Jesaja 60:3). De komst van de wijzen wordt in de christelijke traditie gezien als vervulling van deze belofte.
Theologisch raakt dit aan het begrip universalisme: de overtuiging dat Gods liefde en openbaring niet exclusief zijn, maar bestemd voor alle mensen. Epifanie is bij uitstek het feest dat deze universele dimensie van het evangelie viert.
Voor de vroege kerk was dit een belangrijk thema. Het hielp verklaren waarom het evangelie ook buiten de joodse gemeenschap werd verkondigd. Epifanie herinnert eraan dat grenzen van cultuur, taal en achtergrond Gods bereik niet beperken.
Categorie: Basis van het geloof