Het feest van de Gedaanteverandering wordt op 6 augustus gevierd, zowel in de orthodoxe als in de rooms-katholieke traditie. In de orthodoxe kerken is het een van de twaalf grote feesten van het kerkelijk jaar, vergelijkbaar in belang met Kerstmis of Hemelvaart.
In de orthodoxe liturgie staat het onvergeschapen licht centraal. De hymnen bezingen het licht dat de leerlingen op Tabor zagen als hetzelfde licht dat gelovigen door gebed kunnen ervaren. Het feest is een uitnodiging om zelf deel te krijgen aan Gods heerlijkheid.
In veel orthodoxe culturen worden op dit feest druiven en ander fruit gezegend. Dit gebruik verbindt de kosmische dimensie van de gedaanteverandering met de schepping: Gods heerlijkheid raakt niet alleen de mens, maar de hele geschapen werkelijkheid.
In de westerse traditie heeft het feest een minder prominente plaats, maar het wint aan betekenis in de oecumenische beweging. Steeds meer protestantse en rooms-katholieke gemeenschappen herontdekken de gedaanteverandering als bron van spiritualiteit en theologische reflectie.
De herdenking nodigt uit tot een tweevoudige beweging: omhoog kijken naar Gods heerlijkheid, en afdalen naar het dagelijks leven om daar die heerlijkheid te belichamen. Het feest is niet bedoeld als vlucht uit de wereld, maar als toerusting voor het leven erin.
Categorie: Basis van het geloof