De wijzen uit het Oosten zijn geleerden. Ze gebruiken hun astronomische kennis om een teken te herkennen en volgen dat teken op een reis die uitmondt in een geloofservaring. Hun verhaal laat zien dat kennis en geloof geen tegenpolen hoeven te zijn.
In de christelijke traditie bestaat een lange geschiedenis van denken over de verhouding tussen geloof en rede. Kerkvaders als Augustinus en Thomas van Aquino zagen geloof en verstand als complementair: het geloof zoekt begrip, en begrip kan leiden tot geloof.
De wijzen gebruiken hun verstand om op weg te gaan, maar bij aankomst is het niet hun kennis die hen doet knielen. Het is herkenning, verwondering, iets dat voorbij het verstandelijke gaat. Kennis brengt hen tot de drempel; iets anders brengt hen erover.
Dit betekent niet dat geloof irrationeel is. Het betekent dat er dimensies van de werkelijkheid zijn die het verstand alleen niet kan vatten. Geloof is niet het opgeven van denken, maar het erkennen dat denken grenzen heeft.
Het Epifanieverhaal bemoedigt mensen die vanuit nieuwsgierigheid en studie zoeken. De weg van de wijzen begon met observatie en eindigde in aanbidding. Beide horen bij het menselijk zoeken naar waarheid.
Categorie: Geloof & leven