Hoe bereidt de gedaanteverandering voor op het lijden?

De gedaanteverandering staat in alle drie de synoptische evangeliën direct na Jezus' eerste lijdensaankondiging. Dit is geen toeval. De evangelist plaatst heerlijkheid en lijden bewust naast elkaar als twee zijden van dezelfde werkelijkheid.

Het gesprek tussen Jezus, Mozes en Elia gaat over zijn 'exodus' in Jeruzalem: zijn komende dood. Zelfs op het hoogtepunt van zijn verheerlijking wijst alles vooruit naar het kruis. De glorie is geen ontsnapping aan het lijden, maar de context ervan.

Voor de leerlingen functioneert de gedaanteverandering als een anker. Wanneer zij Jezus later zien lijden en sterven, kunnen zij terugdenken aan dit moment. Zij weten: degene die aan het kruis hangt, is dezelfde die straalde op de berg. Het kruis is niet het einde van het verhaal.

In de liturgische traditie wordt de gedaanteverandering daarom vaak verbonden met de veertigdagentijd en de voorbereiding op Pasen. Het licht van Tabor schijnt vooruit naar de paasmorgen. Zonder Goede Vrijdag geen Pasen, maar zonder Tabor geen volharding op Goede Vrijdag.

Deze verbinding is ook pastoraal belangrijk. Wie lijdt, mag weten dat het lijden niet het hele verhaal is. Er is een werkelijkheid achter en voorbij het lijden die niet minder reëel is. De gedaanteverandering is het bewijs dat heerlijkheid en lijden niet tegenover elkaar staan.

Categorie: Basis van het geloof