Heeft mijn gewone leven wel betekenis voor God?

In een wereld die bijzondere prestaties viert - uitzonderlijk talent, grote bereikbaarheid, meetbaar succes - kan het gewone leven onbeduidend lijken. Als gelovige kun je je afvragen: heeft mijn alledaagse bestaan van werken, zorgen, slapen en herhalen eigenlijk wel betekenis voor God?

De Bijbel waardeert het gewone opvallend positief. God schept niet alleen spectaculaire dingen - bergen en oceanen - maar ook gras, mussen en haren op een hoofd. Jezus gebruikt alledaagse beelden in zijn gelijkenissen: een vrouw die brood bakt, een herder die schapen zoekt, een vader die op zijn zoon wacht. Het heilige zit verweven in het gewone.

Het concept van roeping in de christelijke traditie ondersteunt dit. Roeping is niet alleen voorbehouden aan predikanten of missionarissen. In de protestantse traditie, met name bij Luther en Calvijn, is elk eerlijk beroep een roeping: de bakker, de verpleger, de ouder. God is niet alleen aanwezig in de kerk maar ook in de keuken, op de werkvloer en aan het ziekbed.

Dit staat in contrast met een prestatie-denken dat zich ook in geloofsgemeenschappen kan voordoen: het idee dat je iets bijzonders moet doen om er voor God toe te doen. Simeon en Anna waren geen helden in de conventionele zin. Ze waren gewone mensen die trouw bleven. En juist in die trouw werden ze instrument van Gods verhaal.

Dit thema verbindt zich met roeping, schepping en de vraag wat betekenis geeft aan een mensenleven. Het biedt een tegenverhaal tegen de druk om altijd meer en beter te moeten zijn.

Categorie: Geloof & leven