Secularisatie betekent dat religie een minder centrale rol speelt in de samenleving. Kerk en staat raken gescheiden, geloof verschuift van publieke vanzelfsprekendheid naar persoonlijke keuze, en wetgeving, onderwijs en cultuur worden steeds meer op niet-religieuze gronden ingericht.
Secularisatie is niet hetzelfde als het verdwijnen van geloof. Het beschrijft de afnemende invloed van religieuze instituties en overtuigingen op het openbare leven: politiek, onderwijs, wetgeving en cultuur worden steeds meer op niet-religieuze gronden ingericht. Mensen kunnen persoonlijk nog wel gelovig zijn, maar religie is niet langer de vanzelfsprekende basis van de samenleving. Het begrip wordt vaak verward met ontkerkelijking, maar er is een verschil. Ontkerkelijking gaat over dalende ledenaantallen en kerkbezoek; secularisatie is breder en beschrijft een culturele verschuiving. Ook wordt secularisatie soms gelijkgesteld aan atheïsme, maar dat klopt evenmin: in een geseculariseerde samenleving kunnen mensen nog steeds geloven, alleen is dat geloof niet langer de vanzelfsprekende norm. Het woord komt van het Latijnse saeculum, dat 'wereldlijk tijdperk' betekent. Oorspronkelijk verwees secularisatie naar het overhevelen van kerkelijk bezit naar de staat. Sinds de 19e eeuw wordt het gebruikt voor het bredere proces van de afnemende maatschappelijke invloed van religie.
Secularisatie bepaalt de context waarin gelovigen in Nederland leven. Geloof wordt niet meer automatisch begrepen of gedeeld door de omgeving. Dit vraagt om nieuwe manieren om geloof te verwoorden, te delen en te beleven - en om bezinning op de vraag wat de kern van het geloof is los van culturele vanzelfsprekendheid. Tegelijk biedt secularisatie ook kansen: geloof dat niet meer cultureel afgedwongen wordt, kan authentieker en bewuster worden.
Categorie: Kerk & samenleving