Geloof betekent vertrouwen. In het christelijk geloof is dat: vertrouwen op God en op wat Hij belooft, ook als je het niet kunt bewijzen. Het woord komt van het Germaanse 'galaubian', dat 'vertrouwen' of 'voor lief houden' betekent.
Geloof is niet alleen iets wat je denkt, maar iets wat je leeft. Het gaat om vertrouwen, richting en hoop. Je kiest ervoor om God serieus te nemen in hoe je leeft. In de christelijke traditie wordt geloof vaak omschreven als een combinatie van kennis (weten), vertrouwen (overgave) en instemming (akkoord gaan). Het is geen blind aannemen van feiten, maar een bewuste houding van vertrouwen op wat niet zichtbaar is. De Bijbel omschrijft geloof in Hebreeën 11:1 als 'de zekerheid van wat we hopen, het bewijs van wat we niet zien'. Geloof kan groeien, twijfelen en veranderen. Veel gelovigen beschrijven het als een reis, niet als een eindpunt.
Geloof geeft richting en betekenis, vooral bij twijfel en moeilijke vragen.
Categorie: Kern van het geloof